mrt
16
2011

Woorden op de wind (vervolg)

De wind droeg woorden naar zijn raam. Zijn blik volgde en vond de bron. (<- wat eraan vooraf ging)

“….echt Jeany, het heeft mij en Frank nog meer verbonden dan onze geloftes! Nu zijn handen weten wat ze moeten doen en ik hem durf te leiden, zijn onze avonden warm en intens! En wat ik nu zeg hou je nog stil hoor! Ik heb nog geen verbanden gewassen deze maand, ik heb ze alleen uitgehangen voor de buurvrouw, maar ze waren nog schoon! Ik ben Morgan echt heel dankbaar. Ook voor ónze vriendschap, dat weet je toch? ” Jeany knikte. Hij zag hoe de handen van de vrouwen verstrengelden en ze elkaar kusten, lang en vol op elkaars lippen! Alsof hij betrapt werd op het snoepen uit de kandijpot, trok hij met een schok zijn hoofd terug. Hij had het heet, maar dit keer was het van binnenuit een gevoel wat hij al heel lang had weggestopt! De blos op zijn wangen trok op tot ver in zijn nek. Dit moest maar eens over zijn! Die vrouw stookte al zijn kerkgangers op!

“Ik ga haar bezoeken, wellicht kan ik haar nog redden!” Zijn stem galmde, als in zijn zondagspreken. Hij had zijn overtuiging weer gevonden. Met hernieuwde energie en inspiratie vond hij woorden voor hij zijn preek en schreef hij met strenge woorden de hitte in zijn kruis weer weg . Hij had een missie, namelijk deze vrouw die hem zo bezighield, Morgan, redden van de ondergang. Ze zou hem dankbaar zijn en elke zondag naar hem komen luisteren.
Hij was echter ook onbedwingbaar nieuwsgierig. Wat was het wat ze deed dat de stedelingen zo aantrok dat ze in het ontluiken van de nacht de stadspoort doorslopen om haar te bezoeken. Hij zou willen dat ze met diezelfde passie ook zijn huis bezochten, althans, het huis van God dan. Hij besloot eens polshoogte te nemen, als de zon onder was. Hij rook de damp uit zijn kleding. Misschien had ze nog een tip ook, iets tegen het zweten. “Dat kan ik wel vragen toch?”

Het pad naar haar huisje steeg het laatste gedeelte behoorlijk en was niet zo netjes geplaveid als het plein voor zijn kerk of de straten in zijn stad, behalve dan misschien de steegjes, waar goor water en troep zijn weg zocht door de geulen die nog open lagen. Hij stootte zijn teen, onbeschermd in zijn sandalen en hij voelde de druk op zijn longen toenemen.
Zijn sissend gemopper stokte toen hij haar ontwaarde. Beschenen door het maanlicht stond ze stil, keek ze uit over de donkere zee, waar zilveren maanlicht in weerkaatst werd. Ze leek te glanzen. Toen hoorde hij haar. Ze zong, zachtjes, de klank en tonen ontroerden hem al kon hij haar niet verstaan. Haar armen hief ze op en liet ze ongedwongen boven haar hoofd bewegen, gevolgd door haar schouders, haar heupen, haar jurk zwierde mee. Langzaam draaide ze zich om. De stof zakte met haar armen naar beneden toonde een blanke schouder en het glooiende begin van haar borsten. Ze schonk hem een zachte glimlach. Ze was prachtig, hij kon niet anders dan dat zien. Een godsgeschenk misschien. Hij stond als bevroren terwijl ze op hem afkwam, haar heupen bewogen vloeiend, ze likte haar lippen, gedachten wervelden in zijn hoofd en vuur ontbrandde in hem. Ze wás een godsgeschenk! Ze stak haar hand uit en hij liep als in trance naar haar toe en greep haar zachte hand.

“Vieren we samen de liefde?” Vroeg ze hem. “Of kwam u prediken tegen dat wat natuurlijk is? Kijk eens!”

Ze wees naar beneden en daar op het strand zag hij twee lichamen verstrengeld, naakt, zonder gene. Beschenen door het vuur dat brandde op het strand en de maan die hoger de lucht inklom, haast makend, het was de kortste nacht.

“Mooi hè, hij weet dat haar hals gevoelig is, dat het haar laat kronkelen. Zij weet dat het plekje vlak onder zijn navel fluweelzacht is en dat aanraking daar hem laat groeien. Hij weet hoe gewillig ze wordt als hij haar onderrug streelt. Ze bedrijven de liefde in het volste vertrouwen, zonder terughoudendheid, zonder opgeheven vinger, maar vrij. Waarom zou dat niet mogen pastoor?” Haar gefluister trok op in zijn geest.

Hij had altijd discretie gepredikt, snel en effectief, genieten was niet nodig, lust was een van de zeven zonden, hoe kon hij dat toestaan?
Vanaf het strand kwam haar kreet. Morgan lachte zachtjes, de warme klank ervan tintelde door in zijn buik. “Of mag alleen de man genieten pastoor, vertel me hoe voelt u zich, geniet u stiekem bij de aanblik van haar? Kijk eens hoe prachtig ze is als ze geniet, ze geeft zich over, is ontvankelijk, zie hoe haar benen hem omhelzen, om hem diep te kunnen ontvangen in zijn ontlading. Ze zal Simon prachtige kinderen schenken, omdat ze verwekt worden in liefde én lust”

De naam haalde de pastoor uit zijn roes.

“Simon?!”

Simon was zijn trouwste parochiaan. Hij besefte dat hij staarde naar een vrijend paar en dat de lust hem had afgeleid. Woedend greep hij Morgan vast “Je verleidt mensen! Je probeert zelfs mij mee te slepen in die, die… ”Stotterend zocht hij naar woorden. Hij probeerde zichzelf onder controle te krijgen. Voelde hij hoe zacht haar huid was en hoe verleidelijk haar zoete geur. Hij liet haar gauw los. “Die, die, áfgrond van lust!” kreunde hij eruit. “Ik kwam hier om je te redden, maar je bent al verloren, de inquisitie zal dol op je zijn! Je zult branden! Branden in de hel zul je!” Buiten zinnen schreeuwde hij nu, de hitte in zijn lijf omzettend naar woede.

Kalm keek ze naar hem.

“Nee ik zal er hooguit liefhebben. Die allesoverheersende hitte is niet erg pastoor, als je het maar reserveert voor de juiste, de ware.”

Afgaand op het geschreeuw kwam Simon aanrennen “Morgan! Is alles in orde?” Zijn ogen flitsten heen en weer van de pastoor naar haar.

“Ja, alles is goed. Het is tijd om te gaan. De mensen weten hoe mooi liefde kan zijn, in al haar facetten.” Ze keek naar de pastoor die kletsnat voor haar stond. “Drink thee met salie en gun uw geest wat meer vrijheid, het zal u goed doen. Geen zorgen, ik vertrek, de macht is weer volledig aan u, gebruik het goed.”

Ze wendde zich tot de zee en zong.

“Oh werd ik maar opgenomen door de wind
Fladderend licht waar mijn bestemming me brengt
Ik zal loslaten en me laten dragen
Drijven op liefde totdat hij me vindt.”

Nevels vanuit het niets, vlochten zich om haar voeten, kringelden omhoog, omhulden haar volledig, totdat een milde windvlaag hen verwaaide. Morgan was verdwenen.

Simon stichtte een liefdevol gezin. De pastoor probeerde de salie, zweette minder, liet zijn eed los en huwde Jeany.

En elk jaar tijdens de midzomernacht trokken ze naar het strand, Morgan’s vroegere bezoekers. Elk jaar kwamen er meer. De vrouwen dansten en wezen elkaar op gevoelige plekjes, leidden elkaars handen over hun lijven, zweepten elkaar op en lokten de mannen in hun kring van lust. Dan bedreven ze de liefde terwijl ze Morgan’s adem heet over hun blote huid voelden, merkten ze dat haar handen stuurden en voelden ze haar lippen strelen. Haar fluistering in de wind wees op nieuwe genotsplekjes. Zo voelden ze haar aanwezigheid en deelden ze hun kunst van liefhebben tot de zon weer opkwam.

Written by dina in: Gothic tales,Spanning |

1 reactie »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2011 Dina.AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com