Sep
28
2013

Droomwaker

Hij streelt me, zo zacht dat het ontroerend is. Ik zucht en buig mijn lichaam naar zijn handen. Hij kust mijn buik, laat zijn tong rondjes trekken om mijn navel. Ik woel met mijn handen door zijn woeste bos zwarte krullen. Lachend kijkt hij even op. Een glans van lust in zijn grijze ogen. Wauw! Hij is zo mooi! Nog meer wauw! Hij is bij mij!

“Hey! Dromer!”

Je duw haalt me ruw uit mijn gedagdroom.

“Rot op” mompel ik. Ik stuiter een gum op het tafelblad.

“Je moet alert blijven, zo komen we nooit tot een goed stuk over die moord, echt dat jij hier nog op de redactie zit, het is me een raadsel”

“Ik ben een nachtmens en íemand moet de nacht verslaan toch?”

Lachend loop je naar de koffiecorner. Ik gooi de gum naar je donkere krullen. Je lacht me uit. Ver mis stuitert de gum onder één van de bureaus, naast alle andere gegooide voorwerpen. Sinds de stofzuigerzak ontplofte, nu anderhalve week geleden, is het een bende. Ik gooi nog een prop papier naar je, het schampt je rug. Nu lach je nog harder.

“Nou nou. Ik wekte je zeker uit iets moois. Koffie?”

Ik grijns, de hitte negerend. “Je moest eens weten”.

Je zet twee espresso op tafel. Jij superzoet, ik dubbelzwart. We kennen elkaars recept.

“Dus er is weer iemand vermoord vannacht. Wat heb je? Je was er vast weer als de kippen bij, nachtdier als je bent.” Je grijnst.
“Dáárom willen jullie hier niet zonder me. Plús” Ik tik mijn neus aan. “Een geweldige neus voor nieuws”. Ik probeer mijn haar wat te schikken, altijd woest na een nachtdienst.
“Ja, maar alleen ’s nachts”. Scherts je. Ik steek mijn tong uit. Jij maakt mijn haar nog wat verder in de war.
Damn, wat ben je toch leuk. Onmogelijk, maar leuk. Ik onderdruk het gefladder in mijn buik en geef je een harde stomp. “Kom op, ik wil naar mijn bed en jij wil op tijd klaar zijn, let’s finish this.”

We schrijven, praten, schrappen en ruim voor het dalen van de krant staat er een goed stuk. Jij regelt de online publicaties verder. Ik stap op.

“Tot morgen! Oh ik haal vanmiddag wel even een stofzuigerzak bij de Mediamarkt. Neem ik die vanavond om tien uur wel mee, kan ik gelijk stofzuigen.”
“Ha! Die met die leuke bedrijfsleider zeker?” Ik grijns, knipoog en gooi nog een arm op, maar jij hebt je telefoon al te pakken. Weg is je aandacht. Weg ben ik.

De dag dringt zich aan me op met slaperigheid. Geen doppio weet me nu nog wakker te houden. Ik gooi de fiets tegen de gevel, hang er wat sloten om en wurm me langs een vuilniszak en mijn mountainbike door het trappenhuis naar mijn etage waar ik onder het donzen dekbed zo mijn dromen weer inrol.

Hij ligt onder me, ik bijt in zijn borst, kus zijn mooie schouders, zijn handen op mijn heupen. Ik berijd hem. Hij steunt mijn borsten, duimen over mijn tepels. Vurig is hij. Gulzig ben ik. Onze zoenen diep en nat. Zweet kriebelt over mijn rug. Mijn haren over zijn gezicht. Hij rolt mijn tepels tussen zijn vingers, het geeft elektrische schokjes naar mijn onderbuik. Ik knijp mijn ogen dicht. Mijn nagels graven zich in zijn huid. Hij moedigt me aan. Ik strek mijn rug, kantel mijn heupen.

Een schelle toon zeurt door wolken van genot. Het blijft gaan. Mijn telefoon! Kreunend zoek ik naar mijn telefoon. Op het moment dat ik het tussen mijn lakens opvis, zie ik nog net dat jij belt. Het verlichtte scherm dooft.
“Godver….” Ik zie het ééntje kort erna verschijnen bij de berichten. Voicemail ingesproken dus. Wat ik nooit afluister. Weet jij best.
Ik zink in mijn kussens. De droom verstoord, maar niet vergeten. Mijn handen glijden tussen mijn dijen. Ik sluit mijn ogen en roep de beelden terug. Zonder uitstellen breng ik mezelf terug naar de opwinding, de hitte laat zich onmiddellijk bevrijden.

Na het douchen wandel ik naar de metro. Op naar die leuke bedrijfsleider, verzonnen om jou jaloers te krijgen. Kansloos natuurlijk. Bij het wachten check ik toch even de voicemail. Je belde alleen om het serienummer door te geven van de stofzuiger én je wenst me veel plezier met mijn bedrijfsleider. Hoe attent. Pfff. Ik wil geen bedrijfsleider. Ik wil jou, maar jij wil niets met collega’s. Dus verzwijg ik mijn verliefdheid en droom ik over jou als realiteit.

“Stomkop!” mopper ik tegen je stem.

Bij de mediamarkt vind ik de stofzuigerzakken snel. Het zijn er te veel. Ik pak wat uit de schappen. Met het pak in mijn handen voel ik de moeheid weer in me opkomen. Ik staar even voor me uit. Dwaal naar jou.

Een hand op mijn schouder brengt me weer terug naar de schappen en de drukte van de winkel. Ik kijk in bezorgde ogen.
“Gaat het?” Vraagt hij.
“Huh? Ja, ja ja… ik droomde even weg”
“Nou, ver weg dan!” Hij lacht leuk. Ik moet aan jou denken.
“Ben jij de bedrijfsleider?” Ik kan mezelf wel voor de kop slaan! Wat een vraag! Ik ben écht alleen maar goed in de nacht!
Hij lacht, een twinkel in zijn ogen, lachkuiltjes in de wangen. Ja. Best leuk.
“Nee, nog niet, maar ik doe mijn best!”

Hij helpt me verder met de stofzuigerzakken, ik heb ik mijn buit binnen. En hem. Zijn dienst eindigt We pakken een terrasje, één glaasje. Ik krijg een wilde zoen, zijn nummer in mijn telefoon en zijn adres op een papiertje in mijn tas.

In de metro verslaap ik me een station. Niet voor het eerst. Ik wil naar huis. Moe. Ik kan amper wakker blijven, al verzet ik me ertegen. Nog even dan, nog even in het dons. Ik kan het niet helpen. Zelfs op de redactie pak ik zulke momenten, ze weten het van me, daarom de dromer.

Ze moesten eens weten.

Nu droom ik vreemd. Een gek huis. Een onbekende plek, beklemmend. Ik schrik wakker van mijn eigen schreeuw. Het was maar een droom, gelukkig. Ik check mijn telefoon. Berichten van mijn bijna bedrijfsleider. “Hi Dromer. Ik vond het heerlijk vanmiddag, maar te kort! Ik wil meer van die hete zoenen!” Ik antwoordde. “Ik? Een dromer? Je moest eens weten…” Hij nodigde me uit. “Als we de nacht niet kunnen delen, dan wel een diner voor je werk? Of morgenochtend een beschuitje? Je hebt mijn adres ;-)”
Het bericht is verstuurd om 18.15.

Ik ben voor mijn antwoord in slaap gevallen! Het is nu 21.28! Fuck! Ik moet om tien uur op het werk zijn! Soms slaap ik grote gaten in de tijd, ik baal. Snel stuur ik een antwoord. “Dat wordt een beschuitje! Sorry, ik heb mijn tijd verdroomd!” Ik verstuur het om 21.30. Zijn antwoord blijft uit.

Met de stofzuigerzakken haast ik me naar de redactie. Op het toilet fris ik mezelf op. Ik ben wat stram. Ademhalen doet pijn. Verkeerd gelegen misschien? Of een opkomend verkoudheid? Ik gooi wat water in mijn gezicht en hals, daar vind ik twee halve maantjes getrokken door een stippelstreep. “Dat heeft hij dan snel gedaan”. Gniffel ik, terugdenkend aan de woeste zoen op het terras, de vlammende pijn en lust die daarbij hoorden. Ik hoop dat hij mijn appje nog beantwoord. Ik ben best benieuwd naar een vervolg.

De dienst begint rustig. De gum en zijn lotgenoten onder de bank verdwijnen in de stofzuiger. Het bonnetje leg ik op jouw bureau. Om een uur of vier ga ik op een melding af. Ik maak wat foto’s en ondervraag één van de agenten. Een nieuwe moord. Hoe hij vermoord is, vertelt de agent niet, dadersinfo houden ze graag voor zich. Het is een jongeman. Gevonden door zijn huisgenoot die terugkwam van een avond stappen.

Ik fiets terug naar de redactie. Ik fluit een liedje en droom weg.

Ik hoor hem hijgen. Hij ligt zwaar op me. “Ik ga je helemaal suf neuken”. Maar ik wil niet meer, want ik wil hém niet! Ik wil jou! “Werk je nu ineens tegen!?”

De zin rilt door mijn lichaam. Ineens ben ik misselijk. Van moe-igheid? Een taxi claxonneert, ik fiets midden op de weg. Ik slinger naar het fietspad en trap harder.

Op de redactie ben jij. Vlinders verjagen de misselijkheid. Ik kalmeer.

Je houdt het bonnetje van de stofzuigerzakken vast.
“Ah! Je hebt het gevonden. Zoals je ziet heb ik er al één in gebruik en heb ik geruimd.’ Ik wijs over de redactie.
Je wappert de bon voor mijn neus. “Ik stort het geld op je rekening, maar gebruik bonnen niet meer als memo”
Ik kijk je vorsend aan. “Huh?”
“Het adres van de moord! Je hebt het hierop geschreven!” Je duwt het in mijn handen.

Ik lees het handschrift van de bijna bedrijfsleider. De pen kreeg ik. Ik stak het terug.

Ze noemen me een dromer, want ik heb narcolepsie

Ze moesten eens weten.

Written by in: ero-thriller |

1 reactie »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2011 Dina.AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com