nov
21
2010

Oversteken

De touwbrug strekte lang en onheilspellend voor haar uit, hij overspande een kloof, een van onpeilbare diepte. Ze lag languit op de grond om de steile wand te bekijken, en verwonderde zich over de begroeiing ervan.

Bomen groeiden ogenschijnlijk op niets, hadden zich met hun wortels in het verticale verankerd. Majestueus lieten ze hun bladerkroon breed uitwaaieren langs de wand, ontnamen het zicht aan de grilligheid ervan en verzachtten het idee van diepte.
In een straal zonlicht die de bodem niet zou raken zag ze het kleine blauw. Fijnzinnig, teer maar vastberaden om te groeien op de kale rotswanden die dan hier en daar toch houvast boden. Ze vonden niet zichtbare poeltjes van opgevangen regenwater, zodat een zinderende dag als vandaag ze niet zou verschroeien.
Wuivend gras dronk het vocht dat in tranen uit de grijze wand stroomde, daar glansde het. Ze luisterde en hoorde het water druppen, dichtbij. Ze volgden de wortels en lieten los op hun laagste punt, om nog dieper te vallen naar een onbekende landingsplaats. Als ze nog beter luisterde hoorde ze hoe het kletterend en ruisend naar beneden viel. Ook daar, ver in de niet zichtbare diepte wist ze leven, omdat het water er stroomde.
Ze zag hoe zwaluwtjes naar beneden scheerden en in de wand hun nesten hadden. Ze zwierden door de breedte van de kloof. Maakten hun duikvluchten en kwamen met gevulde snaveltjes terug om hun kroost, die kwetterend en met oranjegekleurde, wijd opengesperde snaveltjes op hen wachtten, te voeren.
Ze had geroepen,en zichzelf terug gehoord. Met het weerkaatsen van haar stem, was een kleine, witte vlinder over de rand gefladderd. Het was op een paardenbloem vlak voor haar gaan zitten, rustend in de zon, haar bijna doorzichtige vleugels trillend gespreid om te warmen.
“Hoe diep kun je gaan?” Vroeg ze. Een antwoord hoorde ze in het ruisen van de bomen onder haar. De vlinder fladderde weg, koos een hoger pad.

De kloof, ook al was hij zo ongenaakbaar diep, zat vol leven, de moeite waard, maar er werd van haar verlangd dat ze overstak, zonder naar beneden te kijken, het zou haar duizelig kunnen maken. De aanmoedigingen en waarschuwingen van de anderen echoden nog in haar hoofd. Zij liepen door, zonder ook maar een blik te gunnen aan de diepte. Ze begreep hen wel, het was het ook confronterend en verontrustend om schoonheid te zien in iets wat ongrijpbaar was.
Vastberaden waren ze, ze hoorde ze vanaf de overkant, hun stemmen galmden over het ravijn.

“Kom op nou! Ben je bang, dat is niet nodig, wij zijn je toch voorgegaan? De brug is veilig”

Hoe kon ze aan hen uitleggen, dat ze niet zo nodig over de kloof heen wilde, maar dat ze er het liefst erin afdaalde om het te ontdekken, in plaats van het over te steken op een wankele brug. Het was niet de afgrond en de diepte waar ze bang voor was, ze was eerder bang om niet te weten wat het verborg

Ondanks het verlangen daar te blijven waar ze was, te genieten van het uitzicht, de zon en de zwaluwtjes te zien spelen, besloot ze toch te gaan. Met haar handen om de touwen zette ze haar eerste stappen, begeleid door het roepen van de anderen. Elke plank beroerde ze, ze liet zich niet opjagen door het aanmoedigen, maar wel lokken, ze keek naar het eindpunt.

“Niet naar beneden kijken” echode door de kloof, door haar hoofd, door haar hart. “Kijk maar naar ons”

Halverwege de touwbrug stond ze plotseling stil. “Waarom” vroeg ze zichzelf af, “Waarom mag ik mijn blik niet daarop richten wat me het meest treft?”

Maar de lokkende roep van het gezelschap liet haar toch weer hun pad kiezen. Voorzichtig zette ze haar voeten op de dunne latten, het touw kraakte, de rafels van het dikke touw sneden in haar handen, haar knokkels nu wit, vingers pijnlijk en stijf. De wrijving van het ruwe touw in de binnenkant van haar handen gaf een brandend gevoel, ze durfde niet los te laten.
“Je bent er bijna, kom op je doet het geweldig!”

En toen keek ze.

Ze keek verder dan de wand, volgde de bomen, knipperde langs de stippen blauw en werd draaierig van de zwaluwtjes. Haar handen gleden van het touw, haar voeten slipten tussen de ruimte van de smalle latten door. Ze keek nog een keer op naar de anderen, reikte naar ze, maar ze grepen niet in, bang voor de diepte die zachtjes riep.

Ze glimlacht en laat los.

laatste strofe:

Nothing you would take,..
everything you gave.
Hold me till I die,..
Meet you on the other side.

Eddy Vedder

Written by dina in: Drama | Tags:, , , , , , ,

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2011 Dina.AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com